Uit ons nieuwsoverzicht:

Hoge Raad van Adel

Afgelopen maandag was jhr. mr. Johan Pieter de Savornin Lohman (zeg maar: Lohman) gastspreker op onze sociëteit. Als ambtenaar diende Lohman 40 jaar en vier maanden de algemene zaak. Hij blikte aan tafel terug op een bijzondere Haagse carrière als diplomaat, plaatsvervangend directeur van het Kabinet van de Koningin en protocol-directeur van BuZa. Zijn ambtelijke loopbaan sloot hij af als permanent vertegenwoordiger bij de OPCW.

Maar daar ging het nu niet over. In 2015 werd Lohman benoemd als voorzitter van de Hoge Raad van Adel (HRvA). Dit adviescollege van de regering werd in 1814 ingesteld. Een jaartal dat nog menig maal terug zou komen in Lohmans verhaal. In het kort adviseert de HRvA de regering op het gebied van adelszaken en wapens van het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Ook de emblemen van de krijgsmachtonderdelen gaan langs de HRvA. Soms stond de HRvA voor ingewikkelde keuzes, zoals bij het nieuw te ontwerpen gemeentewapens voor fusiegemeenten zoals Sittard-Geleen of Gooise Meren.
De HRvA werd in 1814 ingesteld door de kersverse koning Willem I. Deze koning-koopman had een stabiele groep getrouwen nodig binnen zijn nieuwe koninkrijk en creëerde zo een nieuwe adel. Sommige regenten en militairen werden verheven in de adelstand, vaak met het predicaat jonkheer -zoals een voorvader van Lohman. Er was nog wel adel van voor 1814, maar dat was een geringe groep. De nieuwe en oude adel werd opgenomen in de ridderschappen, die tot 1848 een aanzienlijke rol speelden in het jonge koninkrijk. Bij de Grondwetsherziening werd ook de standenmaatschappij afgeschaft en daarmee dus ook de adelstand. Wat bleef waren personen met een adellijke titel of predicaat.