Uit ons nieuwsoverzicht:

Een museum met ambities

Sinds ruim een jaar is Bart Rutten artistiek directeur van het Centraal Museum. Tijd voor een kennismaking met de Heeren van sociëteit “De Vereeniging”. Afgelopen maandag was het moment daar.

Bart Rutten werkt pas sinds de zomer van 2017 bij het Centraal Museum, daarvoor was hij verbonden aan het Stedelijk in Amsterdam, maar dat was aan zijn presentatie niet te merken. Hij heeft zich het museum zo eigen gemaakt dat het lijkt of hij er al jaren actief is.

Bij zijn komst trof hij naar eigen zeggen een prachtig museum aan, maar ook een museum dat volgens hem veel meer potentie heeft. Het Centraal Museum kan zich meten met de grotere spelers in de museumwereld; het is zoveel meer dan een regionaal museum.

Gelegen op een prachtige locatie aan de Agnietenstraat omvat het Centraal Museum ook het Nijntje-museum, het atelier van Dick Bruna en het Rietveld Schröderhuis. Gerrit Rietveld en Dick Bruna zijn wereldmerken. De waardering voor Rietveld groeit wereldwijd en het Centraal Museum bezit veruit de grootste Rietveld-collectie, bestaande uit zo’n 630 stukken.

Dick Bruna en Nijntje zijn geliefd in Utrecht en ver daarbuiten. Rutten vertelde dat ongeveer drie procent van de bezoekers van het Centraal Museum uit het buitenland komen, de helft daarvan zijn Japanners die naar het Nijntje-museum komen. Er zijn plannen voor de uitbreiding van het Nijntje-museum en daarbij wordt gedacht aan een museum-hotelconcept. Dat zou uniek zijn in de wereld.

Het Centraal Museum is een stads- en een kunstmuseum. Dat betekent ook een grote diversiteit aan tentoonstellingen. Zo opent in december van dit jaar de tentoonstelling “Utrecht, Caravaggio en Europa” over de (Utrechtse) schilders die begin zeventiende eeuw naar Rome trokken om te leren van de grote meester zelf.

Een heel andere kant van het museale spectrum is de tentoonstelling over de geschiedenis van Kanaleneiland en Hoog Catharijne. Hoe verschillend ook, beide tentoonstellingen gaan ook over Utrecht.

De aanwezige Heeren waren enthousiast en sommigen stonden al te trappelen om het museum (weer) eens te bezoeken.

Tekst en foto: Hans-Peter Lassche